Alle Cameraknoppen

Klik hieronder op ‘de blauwe doorlink knop’ waar u meer van wilt weten!

Disp-knop

FN (functie) knop

Standen knop

Scène keuze knop

Vogelknop

Meest voorkomende knoppen – 

DISP-knop (Scherm/Zoeker) wordt ook wel ‘besturingswiel of bedieningswiel‘ genoemd –

 

 

 

 

 

 

 

 Stelt u in staat de schermweergavefuncties in te stellen die kunnen worden geselecteerd met DISP (weergave-instelling) in de opnamefunctie.

MENU   (Camera- instellingen2) pagina 7/10 → [DISP-knop]  [Scherm] of [Zoeker] → gewenste instelling → [Enter].

De onderdelen gemarkeerd met  zijn beschikbaar.

Informatie over menu-onderdelen

Grafische weergave. :
Beeldt basisinformatie af over opnemen. De sluitertijd en diafragmawaarde worden grafisch afgebeeld.
Alle info weergave :
Beeldt opname-informatie af.
Geen info :
Beeldt geen opname-informatie af.
Histogram :
Toont een grafische weergave van de luminantieverdeling. (helderheid)
Niveau :
Geeft aan of het apparaat horizontaal staat, zowel in de richting voor-achter 
(A) als in de richting links-rechts 
(B). Wanneer het apparaat in beide richtingen horizontaal staat, wordt de indicator groen.

Voor zoeker*:

Beeldt informatie af die geschikt is voor opnemen met de zoeker.

*Deze schermweergavefunctie is alleen beschikbaar in de instelling voor [Scherm].

Opmerking

  • Als u het apparaat te sterke mate voorover of achterover kantelt, zal de horizontaalafwijking groot zijn.
  • Het apparaat kan een horizontaalafwijking van bijna ±1° hebben, zelfs nadat de hellingsgraad is gecorrigeerd met deze functie.

De Fn (Functie)-knop gebruiken

U kunt veelgebruikte functies registreren onder de Fn (Functie)-knop en deze oproepen tijdens het fotograferen.

Klikt u op onderstaande button, en zie wat u allemaal kunt instellen, en hoe u dat kunt doen.

 

 

– Functiekeuze knop  –

U kunt de opnamefunctie omschakelen aan de hand van het onderwerp of het doel van de opname.

Draai de functiekeuzeknop om de gewenste opnamefunctie te selecteren.

       

Beschikbare functies

 (Automatisch. modus):
Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen van elk onderwerp onder alle omstandigheden
met goede resultaten door de waarden in te stellen die door het apparaat geschikt worden geacht.

P (Autom. programma):
Hiermee kunt u opnemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde (F-getal)).
U kunt ook de diverse instellingen kiezen op het menu.

A (Diafragmavoorkeuze):
Hiermee kunt u het diafragma instellen en opnemen wanneer u de achtergrond wazig wilt maken, enz.

S (Sluitertijdvoorkeuze):
Hiermee kunt u snelbewegende onderwerpen, enz., opnemen door de sluitertijd handmatig in te stellen.

M (Handm. belichting):
Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen met de gewenste belichting door de belichting
(zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde (F-waarde)) in te stellen.

MR (Geheug.nr. oproep.):
Hiermee kunt u een beeld opnemen nadat veelgebruikte functies of numerieke instellingen
zijn opgeroepen die van tevoren waren geregistreerd.

 (Film):
Hiermee kunt u een belichtingsfunctie instellen en bewegende beelden opnemen.

 (Hoge beeldsnelheid):
Hiermee kunt u bewegende beelden opnemen met een hogere beeldfrequentie dan het opnameformaat zodat u vloeiende bewegende beelden in super slow motion kunt opnemen.

 (Panorama d. beweg.):
Hiermee kunt u een panoramabeeld opnemen door het beeld samen te stellen.

SCN (Scènekeuze):
Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken met vooraf ingestelde instellingen die afhankelijk zijn van de scène.

Scènekeuze knop

Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken met vooraf ingestelde instellingen die afhankelijk zijn van de scène.

Zet de functiekeuzeknop in de stand SCN (Scènekeuze).

Draai de besturingsknop (het wieltje) (deze zit net boven de AEL knop) om de gewenste instelling te selecteren.

Menu-onderdelen

 Portret:

Neemt het onderwerp scherp op tegen een onscherpe achtergrond. Benadrukt de zachte huidtinten.

 Sportactie:

Legt een bewegend onderwerp vast met een snelle sluitertijd zodat het lijkt of het onderwerp stilstaat.

Het apparaat neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt.

 Macro:

Neemt close-ups op van onderwerpen, zoals bloemen, insecten, voedsel of kleine voorwerpen.

 Landschap:

Neemt het hele landschap scherp op met levendige kleuren.

 Zonsondergang:

Maakt een prachtige opname van het rood van de zonsondergang.

 Nachtscène:

Neemt nachtscènes op zonder dat de donkere sfeer verloren gaat.

 Schemeropn. hand:

Neemt nachtscènes op met minder ruis en onscherpte zonder dat u een statief gebruikt.

Een reeks opnamen wordt gemaakt en beeldbewerking wordt toegepast om de onderwerpbeweging, camerabeweging en ruis te verminderen.

 Nachtportret:

Neemt nachtscèneportretten op met de flitser.
De flitser komt niet automatisch omhoog. Laat de flitser handmatig omhoog springen voordat u opneemt. 

 Antibewegingswaas:

Maakt het mogelijk om binnenshuis op te nemen zonder de flitser te gebruiken en vermindert onderwerpbeweging.

Het apparaat neemt burst-beelden op en combineert deze om een beeld te creëren, waarbij de onderwerpbeweging en ruis worden verminderd.

Opmerking;

  • In de volgende instellingen is de sluitertijd langer, waardoor het wordt aanbevolen om een statief te gebruiken om te voorkomen dat het beeld wazig wordt:
    • [Nachtscène]
    • [Nachtportret]
  • In de functie [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] klikt de sluiter 4 keer, waarna het beeld wordt opgeslagen.
  • Als u [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] selecteert met [RAW] of [RAW en JPEG], wordt de beeldkwaliteit tijdelijk ingesteld op [Fijn].
  • Het verminderen van wazige beelden is minder effectief, ook in de functies [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] , wanneer de volgende onderwerpen worden opgenomen:
    • Onderwerpen die onvoorspelbare bewegingen maken.
    • Onderwerpen die zich te dicht bij het apparaat bevinden.
    • Onderwerpen met ononderbroken soortgelijke patronen, zoals de lucht, het strand of een gazon.
    • Onderwerpen die constant veranderen, zoals de golven of een waterval.
  • In het geval van [Schemeropname hand] of [Antibewegingswaas], kan zich blokvormige ruis voordoen wanneer u een lichtbron gebruikt die flikkert, zoals fluorescerende verlichting.
  • De minimale afstand waarop u een onderwerp kunt benaderen, verandert niet, ook niet als u [Macro] selecteert. Zie voor het minimale scherpstelbereik, de minimale afstand van de lens die op het apparaat is bevestigd.

Hint;

  • Om de scène te veranderen, draait u de besturingsknop op het opnamescherm en selecteert u een nieuwe scène.

Vogelknop – 

Deze knop (zie witte pijl) heet officiëel de Scherpstelling-vasthoudknop.

Maar u kunt deze knop ook instellen als de ‘vogelknop’.

Wanneer u deze knop heeft ingesteld,

kunt u, als er plots een vogel overvliegt, middels deze knop,

de vogel met de door uw ingebrachte instellingen, fotograferen.

Belangrijk; U moet wel deze knop ingedrukt houden tijdens het fotograferen!

Overigens werkt de ‘vogelknop’ niet als uw camera in de onderstaande stand staat.

1. de Automatische stand.

2. de Scène stand.

3. de Panorama stand.

4. de HFR stand. 

5. de Movie stand

FN-Functie knop

DISP knop

besturingswiel of
bedieningswiel

Midden knop

AEL knop

Weergave knop

C3 knop

C2 knop

C1 knop

Flits knop

Licht knop

Belichtings-compensatie knop

Ontspan knop

Aan/Uit knop

Besturings knop (het wieltje)

Functie
keuzeknop

Film (movie) knop

Scherpstelbereik begrenzings
schakelaar

Scherpstellings functie knop

Scherpstelling-vasthoudknop
of wel de 
‘Vogelknop’ knop


Menu knop