Allerlei weetjes!
- Scherpstelpunt verplaatsen -
Het scherpstelpunt kan, als het niet is ingesteld op breed of midden,
met de cursortoetsen (van het besturingswiel ook wel DISP-knop genoemd) worden verplaatst.

DISP knop, ook wel genoemd Het Besturingswiel, of Bedieningswiel.
Je kan alle 4 de kanten op verplaatsen, gewoon klikken op het besturingswiel. (links/rechts - onder/boven)
Uiteraard kan je ook, middels 'touchscreen', de cursor verplaatsen.
- Aanraakscherpstelling -
U kunt een onderwerp selecteren waarop u wilt scherpstellen met behulp van aanraakbedieningen in de stilstaand-beeld- en bewegend-beeldopnamefuncties.
- Selecteer een [Scherpstelgebied] anders dan [Flexibel punt] of [Uitgebreid, flexibel punt].
- MENU →
(Camera- instellingen1) → [Centr. AF-vergrend.] → [Uit]. - Raak de monitor aan.
- Bij opnemen met de monitor, raakt u het onderwerp aan waarop u wilt scherpstellen.
- Als u opneemt met de zoeker, kunt u de positie van de scherpstelling veranderen door de monitor aan te raken en te verslepen terwijl u door de zoeker kijkt.

- Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, stelt de camera scherp op het scherpstelkader. Druk de ontspanknop helemaal in om beelden op te nemen.
- Om het scherpstellen met aanraakbedieningen te annuleren, raakt u
aan of drukt u op het midden van het besturingswiel in het geval u met de monitor opneemt, en drukt u op het midden van het besturingswiel in het geval u met de zoeker opneemt.
De positie aangeven waarop u wilt scherpstellen in de bewegend-beeldopnamefunctie (spot-scherpstelling)
De camera stelt scherp op het aangeraakte onderwerp. Spot-scherpstelling is niet beschikbaar tijdens opnemen met de zoeker.
- Selecteer een [Scherpstelgebied] anders dan [Flexibel punt] of [Uitgebr. flexibel punt].
- MENU →
(Camera- instellingen1) → [Centr. AF-vergrend.] → [Uit]. - Raak het onderwerp aan waarop u wilt scherpstellen vóór of tijdens het opnemen.
- Wanneer u het onderwerp aanraakt, schakelt de scherpstellingsfunctie tijdelijk om naar handmatige scherpstelling en kan de scherpstelling worden bijgesteld met behulp van de voorste lensring.
- Om de spot-scherpstelling te annuleren, raakt u
aan of drukt u op het midden van het besturingswiel.
Hint
- Behalve de functie aanraakscherpstelling, zijn ook de volgende aanraakbedieningen beschikbaar.
- Wanneer [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Flexibel punt] of [Uitgebreid, flexibel punt], kan het scherpstelkader worden verplaatst met behulp van aanraakbedieningen.
- Wanneer de [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [H. scherpst.], kan de scherpstel-vergrotingsfunctie worden gebruikt door twee keer snel achter elkaar op de monitor te tikken.
Opmerking
- De functie aanraakscherpstelling is niet beschikbaar in de volgende situaties:
- Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Panorama d. beweg.].
- Als [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [H. scherpst.].
- Tijdens gebruik van de digitale zoom
- Mijn camera stelt niet (goed) scherp (+knop Full-Limit) -
Belangrijk zijn onderstaande puntjes, kijk ook eens in welke AF stand je camera staat, probeer anders diverse standen uit! of zie Scherpstelfunctie
• zorg voor voldoende licht.
• houd je iso-waarde zo laag mogelijk (hoog maakt de foto ruizig en ook fletser)
• zorg voor een sluitertijd die past bij de situatie i.v.m. bewegingsonscherpte (tenminste (1/brandpuntsafstand) seconde; 100mm = 1/100s)
• zorg ervoor dat de camera stabiel is of gebruik zo nodig een statief.
• laat de focusmode (S/A/C/DMF/MF) aansluiten op de situatie die je fotografeert.
• zorg – zo mogelijk - voor voldoende contrast van het onderwerp t.o.v. de omgeving.
• zoom minder in en probeer aanvankelijk op de rand van je onderwerp te richten.
En als je camera niet op "full" staat, maar op "limit" (binnen de 3 meter), stelt hij alleen scherp op wat verder ligt dan die 3 meter!

: De scherpstelbereik-begrenzer wordt niet toegepast. De camera stelt overal scherp binnen de hele opnameafstand.
: De scherpstelbereik-begrenzer wordt toegepast. De camera stelt alleen scherp verder dan ongeveer 3 meter tot oneindig. (handig als er iets op de voorgrond staat wat je niet op de foto wilt hebben)
- SteadyShot (bewegende beelden) aan of uit -
Stelt het [
SteadyShot]-effect in bij het opnemen van bewegende beelden.
Als u het [
SteadyShot]-effect instelt op [Uit] tijdens gebruik van een statief (los verkrijgbaar), wordt een natuurlijk beeld verkregen.
MENU →
(Camera- instellingen2) pagina 3/10

klik op OK

Maak je keuze!
SteadyShot] → gewenste instelling.
Menu-onderdelen
- Slim actief:
- Hiermee krijgt u een krachtiger SteadyShot-effect dan met [Actief].
- Actief:
- Hiermee krijgt u een krachtiger SteadyShot-effect.
- Standaard:
- Vermindert u de camerabewegingen tijdens het opnemen van bewegende beelden onder stabiele omstandigheden.
- Uit:
- Gebruikt [
SteadyShot] niet.
- Teleconverter instellen op je camera -
Instellen Teleconverter op knop C2.
MENU →
(Camera- instellingen2) Bladzijde 9/10

Druk op OK.

Gepersionaliseerde knop 2. Druk op OK.

Blz. 16/22 instellen Teleconverter. Druk op OK.
De Teleconverter werkt alleen in Jpeg.
C2 1 x indrukken is 1.4 x vergroten
C2 nog een keer indrukken is 2.0 x vergroten.
C2 weer indrukken en de Teleconverter is uitgezet.